12.000 mensen die gewoon doen

Toen ik 2010 begon met zwerfafval opruimen, elke dag minstens één stukje, voelde ik me belachelijk.

Natuurlijk had ik, zoals bijna iedereen die begint met zwerfafval opruimen last van schaamte: “Wat zullen de buren wel niet denken?” gelijk gevolgd door nog meer schaamte; Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat ik me schaam terwijl ik iets goed doe? Daar hoefde ik niet lang over na te denken: je zag het in 2010 niemand anders doen. Dus voel je je al snel gekke Henkie.

Misschien dat je je niet meer voor kunt stellen dat je in 2010 raar werd aangekeken. Dus even een tijdschets. Op de site van Milieu-Centraal stond toen nog te lezen: “Zwerfafval is geen probleem voor het milieu aangezien het structureel wordt opgeruimd”. Op de site van Nederland Schoon kwam het woord Plastic Soep nog niet voor. Ik ben met Greenpeace gaan praten of zij het probleem niet wilden agenderen. Helaas, Greenpeace vond zwerfafval een te klein probleem en ook de Plastic Soep was geen topic, het kwam niet voor in hun vijf-jaren plan.

Wat nu raar gevonden wordt kan over een paar jaar heel gewoon zijn. Als mensen dat ‘rare gedrag’ maar vaak genoeg zien wordt het vanzelf normaal. Kijk maar eens wat mensen eind jaren negentig van een mobiele telefoon vonden.

 

Te grappig toch? Niet voor te stellen dat mensen zo over mobiele-telefonie dachten. Dat wou en wil ik dus ook met zwerfafval; je niet voor kunnen stellen dat er ooit mensen langs zwerfafval lopen zonder het op te pakken.

 

Dus ik ging, in plaats van stiekem, juist opvallend zwerfafval opruimen.  Je ooit afgevraagd waarom ik elke dag gele schoenen draag? Nou, daarom dus, een beetje opvallen is oké. Te veel opvallen, dan wordt het een act of een ego-trip.

 

Maar het voelde ook belachelijk om maar zo weinig op te ruimen.

 

“Het is toch veel effectiever om veel zwerfafval op te ruimen?”

 

Ik wil juist dat mensen gaan denken ‘dat kan ik ook’ of ‘waarom doe ik dat eigenlijk niet?’. Dat krijg je eerder voor elkaar als je weinig opruimt. En als je het opruimt met een vrolijke lach op je gezicht.

 

Al in 2011 had ik uitgerekend dat we maar een klein gedeelte van de Nederlanders nodig hebben. Als een kwart dagelijks één stukje opruimt zou het woord zwerfafval alleen nog te vinden zijn in het Van Dale Modern verdwijnwoordenboek.

 

Die ontdekking wilde ik graag zoveel mogelijk in het nieuws. Maar ja, vind maar eens een journalist die daar over wil schrijven. Daarom bouwde ik de Wereld van Zwerfvuil. Daarom maakte ik de #zwerfie-film. Daarom maakte ik dit filmpje om aan te tonen hoeveel we elke seconde van elke dag kunnen opruimen. Daarom bouw ik nu de Plastic Madonna. En ga ik zodra ze af is met haar alle provincies af, alle provincie hoofdsteden bezoeken. Om daar overal de blijde boodschap te verkondigen: Jouw bijdrage aan een betere wereld is de belangrijkste van allemaal. Het maakt daarbij niet uit hoe klein die bijdrage is.

 

Ik heb de capaciteit noch de financiën om te onderzoeken hoeveel effect dit heeft gehad. Wel kom ik regelmatig iemand tegen die me na roept: “Door jou ben ik ook zwerfafval gaan opruimen” als ik hem of haar voorbij fiets.  Als ik het totale bereik van al die TV-uitzendingen, radio-, tijdschriften- en kranteninterviews op 2.400.000 schat en dat vervolgens 1 op 200 daadwerkelijk iets aan zwerfafval gaat doen dan zijn er nu door heel Nederland 12.000 mensen het gewoon zijn gaan doen. Misschien dat je 12.000 mensen al heel veel vindt? Als je dit anders uitdrukt, in een percentage van de Nederlandse bevolking dan is dit nog ‘maar’ 0.07%. Er is dus nog voldoende mogelijkheid tot groei. Deze 0.07% zijn de early adopters. Zelfs als deze early adopters maar één stukje per dag opruimen (ik ken niemand die het maar bij één stukje per dag kan laten, ik zelf ook niet, haha)  dan toch levert dit al snel 4.500.000 stuks zwerfafval per jaar op. En daarmee is #zwerfie al de

 

 grootste opruim actie van Nederland!

 

Natuurlijk ga ik door, net zolang tot “those who prefer to stay part of the crowd” ook mee zijn gaan doen. Wat ik daarmee bedoel wordt duidelijk in onderstaand filmpje.

 

Hartelijke groet, 

Peter Smith
Directeur KLEAN